Wortels en vleugels > The Roy Hart Theatre

De tekst is een bewerking van het artikel 'Stem en persoonlijkheid: een beschrijving van de stembenadering van het Roy Hart Theatre'. M.J.C.L. Willems, Bewegen en Hulpverlening, 1992 nr. 1. 67-74.

Beknopt wordt ingegaan op ontstaan en ontwikkeling van het Roy Hart Theatre en zijn grondleggers Alfred Wolfsohn (1896 – 1962) en Roy Hart (1926 – 1975). De kern van de opvatting van het Roy Hart Theatre is: de overtuiging, dat de stem als klankuiting diep en onlosmakelijk verbonden is met de persoonlijkheid en dat doorwerking van innerlijke barrières in de stemtraining kan leiden tot onvermoede verbreding en verrijking van de stemmogelijkheden. De methodiek heeft als hoeksteen en uitgangspunt het 'werk aan de piano'. De RHT-benadering kan een krachtig werktuig zijn, al kan van een eigenstandige therapeutische richting niet worden gesproken.

Inleiding

Wie op een zomerdag in Zuid-Frankrijk verzeild zou raken op het landgoed 'Malerargues' in de buurt van Avignon, genietend van de rustieke omgeving die ligt te trillen in de bloedhete zon, loopt een goede kans opeens verrast te worden door de meest uiteenlopende geluiden: intens krijsende heksen, ijselijk grommende beesten, schril gesnerp als van drilboren en dan plots een prachtig lied; hij is dan aangeland in het Mekka van het Roy Hart Theatre en er is een workshop aan de gang. Waarschijnlijk zal hij zich verwonderd afvragen, wat hier aan de hand is en hem en u wil ik in het onderstaande wat vertellen over deze boeiende en unieke benadering van de menselijke stem. Allereerst wordt de wordingsgeschiedenis van het Roy Hart Theater beknopt beschreven: vervolgens wordt uiteengezet hoe het Roy Hart Theater (verder af te korten tot RHT) de menselijke stem opvat. To slot wordt iets verteld over de werkwijze.

Ontstaan en ontwikkeling

Het RHT is onverbrekelijk verbonden met twee namen: Alfred Wolfsohn en Roy Hart. De grondlegger van de specifieke benadering is Alfred Wolfsohn (1896 – 1962). Het is veelbetekenend, dat de preoccupatie met de stem voor Wolfsohn begon in de loopgraven van de eerste wereldoorlog. Het geschreeuw van gewonde en stervende soldaten maakte een onuitwisbare indruk op de jonge Duitse soldaat. Na een lange periode van lichamelijke en psychische revalidatie werd hij zangleraar te Berlijn. De verwerking van zijn psychische problemen en de pogingen om zijn eigen stemproblemen en die van andere te overwinnen brachten hem tot belangrijke ontdekkingen: namelijk, er is een onlosmakelijk verband tussen stem en psyche en wanneer men dit erkent en van daaruit te werk gaat, blijkt de stem te beschikken over een onvermoed bereik en over een breed spectrum aan expressiemogelijkheden.
In 1939 ontvluchtte Wolfsohn het nazi-regime naar Londen. Daar ontmoette hij na de oorlog Roy Hart (1926 – 1975). Roy Hart, van geboorte Zuid-Afrikaan, was toen een jong acteur, die zich heel onbevredigend voelde over de manier waarop hij zijn rollen speelde. De ontmoeting met Wolfsohn was voor hem een openbaring. Hij wijdde zeventien jaar aan studie met Wolfsohn. Pas daarna manifesteerde hij zich weer als uitvoerend kunstenaar, solo in werkstukken van Henze (Versuch über Swine), Maxwell-Davies (Eight songs for a mad king), Stockhausen (Spirale) en met zijn eigen theatergroep in Euripides' Bacchae. Deze groep was in de zestiger jaren om hem heen gaan verzamelen en zou zich naar hem noemen: het Roy Hart Theater.
Harts ideaal, een theater-werk-leefgemeenschap, werd in 1974 gerealiseerd op het landgoed 'Malerargues' in Zuid-Frankrijk. Daar leefden en werkten de groepsleden intensief samen, begonnen zij workshops te geven en hun producties naar buiten te brengen. In 1975 verongelukte Roy Hart met zijn vrouw en vriendin. De groep zette zijn werk voort, met veel moeite maar met groeiend succes. Inmiddels heeft het RHT in de afgelopen tien jaar een ontwikkeling doorgemaakt van theatercommune naar een internationaal centrum voor training en praktisch onderzoek van de stem. Het veel bewogen verhaal van Roy Hart en de commune zou een boek waard zijn; dat is er niet, maar wat uitgebreider over Wolfsohn, Hart en de commune is te lezen in de brochure 'Voice' (Roy Hart Theater, 1984).

Grondgedachte van het Roy Hart Theatre

Voor de meeste van ons is de stem een instrument, waar we gedachteloos gebruik van maken. Waar we niet bij stilstaan is dat de stem een wonder is van anatomische complexiteit. Er komt in het lichaam heel wat aan te pas om klanken te produceren. Het is hier niet de plaats om daar verder op in te gaan. Maar wat duidelijk is: klank en stem zijn innig met de lichamelijkheid verweven. De stem is het voertuig van onze gedachtes en gevoelens; onze verlangens, emoties en gemoedstoestanden klinken in onze stem door. In de stem manifesteert zich de dialectiek van lichaam en geest, of ziel, zo men wil. De stem reflecteert de persoonlijkheid en dit inzicht is de hoeksteen van de RHT-benadering. De stem is de hoorbare expressie van het innerlijk van de mens.
Het werken met de stem is een creatieve manier om met alle aspecten van de persoonlijkheid in contact te komen, deze te beleven en tot ontwikkeling te brengen. Het doel is permanente groei van persoonlijkheid.
Roy Hart was ervan overtuigd, dat de stem als creatief medium een wezenlijke sleutel tot persoonlijke groei geeft. Belangrijk daarbij is volgens hem dat er een brug geslagen wordt tussen de polariteiten in de mens: bewuste en onbewuste (hij hecht grote waarden aan dromen), mannelijk en vrouwelijk, het gevoelsleven en het intellect, de donkere en lichte emotionele zijde en het gecultiveerde en dierlijke. Hij stelt dat deze groei zal manifesteren, deels in de kwaliteit van de klank, deels in de verruiming van het stembereik over de octaven van de piano (Roy Hart Theater, 1984). Niet alleen de ogen zijn, ook de stem is, zoals Wolfsohn zei, de spiegel van de ziel. Anders gezegd: de stem is niet alleen de functie van een anatomische structuur, maar de expressie van de hele persoonlijkheid. Dit impliceert dat, als we – onder invloed van culturele patronen, opvoeding, pijnlijke ervaringen – delen van de persoonlijkheid ontkennen, dit zijn weerslag heeft op het stemgebruik en stembereik. Het stemgeluid wordt dan verkleind, beperkt. Soms kunnen er zelfs stemstoornissen ontstaan. Dat afsluiten doen we in ons lichaam bijvoorbeeld door middel van spierspanning in de nek. Veel energie voor expressie gaat daarmee verloren (Marres, z.j.). Het middenrif kan verstarren en zijn rol bij het uiten van emotionele en seksuele impulsen wordt zodoende beperkt.
De onderkaak kan vastgezet worden en de grote schreeuw die bedoeld was. Neemt af tot een beschaafde kuch. Veelal zien we dat de adem hoog in de borstkas komt te zitten. Stempatronen zoals heesheid kunnen zo ontstaan. Wie ontkomt niet aan het accepteren van deze fysiek verankerde blokkades als normale bestanddelen van zijn persoonlijkheid: het lijkt wel eigen aan de 'condition humaine'. Het RHT ziet het als zijn opgave om in het reine te komen met deze begrenzing van onze natuurlijke vermogens tot zelf-expressie en richt zich op deze blokkades, op de onmacht emoties te uiten en levenspijn te verwerken en op de beperkingen die worden opgelegd door sociale conventies. Het behoort tot de overtuiging – en soms ervaring – van het RHT dat de stem potentie van ieder mens veel groter is dan men gewoonlijk aanneemt. Volgens Wolfsohn kan een ieder, eenmaal bevrijd van blokkades, een bereik ontwikkelen van acht octaven en zijn zowel man als vrouw in staat sopraan-, alt-, bariton- en basklanken te maken.

Het stemwerk

De methoden van het RHT zijn eerst door Wolfsohn en daarna door Hart en zijn leerlingen in de praktijk ontwikkeld. Aan de hand van de grondgedachten en met behulp van de methoden wordt er gewerkt in een sfeer van grote intensiteit, toewijding en respect van de leraar voor de leerling en vice versa. In de meest letterlijke zin des woords is sprake van een orale traditie. Buiten die praktijk om willen de leden van het RHT niet graag over de technische kanten van hun lessen praten. Er is ook weinig of niets over op schrift gesteld. De eigen ervaring aan den lijve is de beste manier om de benadering te begrijpen. Niettemin wil ik trachten er iets over te vertellen.
De voorbereidende lichaams- en ademhalingsoefeningen zijn een 'warming up' voor het stemwerk. Zij warmen letterlijk het lichaam op en zij stemmen het menselijk lichaam als een muziekinstrument. De vorm van deze oefening komt deels uit de theaterpraktijk, deels uit de traditie van lichaamsgerichte methodieken (Feldenkrais en Alexandertechniek). Wat en hoe het gebruikt wordt, hangt ook af van de persoonlijke voorkeur van de docent. De docent vraagt dan de student een langgerekte toon te geven. Vervolgens zoekt de docent de toon op de piano, waarna de piano de stem volgt en niet andersom. De piano is het hulpmiddel en geeft de structuur aan van de klankassociaties. Zoals gezegd is het startpunt het geven van lange klanken, zolang de adem duurt: de stem wordt daarmee tot de kern teruggebracht. Zo kunnen docent en student zich concentreren op de klankkleur.
In eerste instantie is de docent non-directief, in die zin dat hij de student niet wil blokkeren met vooropgezette ideeën over wat mooi en lelijk, goed of fout is. In tweede instantie kan de docent ook directief optreden. Hij spoort de student aan, al zijn krachten te geven, zijn grenzen af te tasten, tot het uiterste te gaan en niet bang te zijn voor het breken van de stem. Uiteraard blijft de docent alert op wat werkelijk gevaarlijk is voor keel en stembanden. In de beginfase wil hij een innerlijk proces bij de student op gang brengen zodat deze de controle over de stem loslaat.
In het luisteren hanteert de leraar het volgende denkkader. Hij onderscheidt de stem in drie grote klankgebieden: het hoge klankgebied 'het hoofd', het midden klankgebied 'de borst' en het lage klankgebied 'de buik'.
De werksymbolen voor deze drie klankgebieden zijn: cello voor het lage, viola voor het midden, en violin voor het hoge klankgebied. Elk gebied heeft zijn eigen psychologische waarden of symbolen. Cello: de buik, de grondtoon, het instinctieve, driftmatige.
Viola: de borst, de hartstreek, warmte.
Violin: het hoofd. mentaal, de helderheid en scherpte van kristal.
Om toegang tot deze klankgebieden te krijgen wijst hij de student erop heesheid, kraak of breking van de stem te zien als een zinvolle expressie van de persoonlijkheid. Hij moedigt de leerling aan deze trilling toe te laten en te versterken; vaak wordt dan ook de emotie, die aan de trilling ten grondslag lag, toegelaten en zien we, dat er een koppeling komt tussen strottenhoofd, middenrif en bekkengebied en horen we dat een ontspanning en vol stemgeluid vrijkomt.
Naast dit luisteren en sturen van deze klankkwaliteiten werkt de docent met voorstellingsbeelden en symbolen. Hij reikt bijvoorbeeld het beeld aan van een bos in herfsttijd om een gevoel van weemoed op te roepen. Een voorbeeld van symbolen is de heks. Hij vraagt de student zich te identificeren met dit symbool. Het resultaat kan zijn dat de krijsende klanken vrijkomen in het hoge klankgebied. Een ander voorbeeld van symbolen is de leeuw. Hierbij komen rauwe, grommende buikklanken vrij (lage klankgebied). Daarnaast werkt de leraar aan de expressie van sopraan-, alt-, tenor-, bariton- en basklanken bij zowel mannen als vrouwen.
Behalve in individuele lessen kan ook worden gewerkt in groepsverband. De workshops nemen dan een belangrijke plaats in. Het meest bekend zijn de workshops in 'Malerargues' . Deze duren gewoonlijk zeven dagen. Per dag wordt vier uur gewerkt, gewoonlijk in de ochtend. Begonnen wordt met anderhalve uur lijfwerk: bewegingsoefeningen, ontspanningsoefeningen en ademhalingsoefeningen; alleen of in tweetallen. Deze oefeningen staan ten dienste van het stemwerk. De oefeningen hebben een naar buiten gericht karakter. Dat betekent dat bij de ontspanningsoefeningen en bewegingsoefeningen de deelnemer gevraagd wordt de uitademing naar buiten te richten. Door het hoorbaar ademen van de groepsdeelnemers wordt een sterk beeld van de 'de wind' opgeroepen. Deze oefeningen worden met alle deelnemers tezamen gedaan. Dan volgt in kleinere groepjes (circa zes mensen per groep) het stemwerk zoals hierboven beschreven. Dit duurt twee uur. De ochtend wordt besloten met het werken aan een meerstemmig lied of aan een toneeltekst.
De stemcursus is in wezen een kennismaking met de principes en de werkwijze van het Roy Hart Theater. De cursus heeft globaal de bovengenoemde structuur. Iedere docent heeft zijn eigen specifieke invulling. De week wordt meestal besloten met de presentatie van een ingestudeerd meerstemmig zangstuk.

Tenslotte

Uit het voorgaande zal naar voren zijn gekomen, hoezeer het RHT een psychologische en artistieke benadering van de mens is. Er wordt gezocht naar de opheffing van innerlijke blokkades, maar deze vrijmaken staat uiteindelijk ook in het licht van verruiming van de creatieve mogelijkheden op muzikaal en theatraal niveau. Hierin ligt het unieke van het RHT. Het impliceert, dat de RHT-benadering niet als een op zichzelf staande therapeutische richting beschouwd kan worden. Zij biedt wel een vergaande en veelomvattende visie op de stem als essentieel aspect van de menselijke persoonlijkheid, maar niet een zelfstandige cognitief kader voor hulpverlening.
De RHT-benadering vormt een krachtig werktuig om innerlijke energie vrij te maken en vorm te geven en aldus draagt zij bij aan persoonlijke groei. Wie als therapeut wil werken met dit gereedschap, zal dit – gegeven, dat hij de benadering middels intensieve praktische deelname aan lessen en workshops van binnenuit heeft ervaren – moeten integreren in zijn eigen therapeutische denkmodel.

Summary

'Roy Hart Theatre' is a method for exploration of the healthy voice. In this method there is a strong link between personality and the way one is singing and speaking. The genesis and some of the ideas of the Roy Hart Theatre have been described.

Keywords

Voice, method, description, Roy Hart Theatre

Literatuur

Marres, W.K.M..(z.j.) Stem en emotie: het Roy Hart Theatre Nijmegen: eigen paper.
Roy Hart Theatre, (1984). Voice. Brighton: Lockholt & Co.

Auteur

Drs. M.J.C.L. Willems, stemdocent/psycholoog.
Daalseweg 355, 6523 CC Nijmegen